Ik ben een van die mensen die altijd zegt “ik win nooit wat”. Terwijl dat inmiddels achterhaald en eigenlijk faliekant een leugen is. Neem het afgelopen jaar nou bijvoorbeeld – daarin waren de winsten en vooral ook overwinningen eerder de standaard dan een uitzondering. Sinds ik ben begonnen met softbal win ik namelijk niet alleen mijn eigen softbalwedstrijden op het veld, maar ook van alles rondom ‘mijn’ sport.

_mg_9042

Zo wonnen we met onze teamfoto de “Foto van de Week” bij de KNBSB. Won ik met ‘onze’ slogan een geweldig middagje uit op het EK Honkbal voor ons hele beeball team. En won ik dus gisteren de Joost van Gisbergen bokaal voor mijn inzet voor de club. Maar mijn favoriete winst – ondanks al het onderstaande – was toch wel de winst in het behalen van mijn nieuwe ‘Kickers’ familie. Want al kan ik ze, zoals het ook hoort met familie, af en toe wel de nek omdraaien – over het geheel genomen kan ik niks anders doen dan van ze houden.

Disclaimer:
Onderstaande post is niet alleen maar rozengeur en maneschijn. Het is een blik in het hoofd van de schrijver – zonder verbloemingen. En daarom misschien niet altijd even aardig. Want tsja. Dat is de schrijver ook niet. (Gelukkig is het geen populariteitswedstrijd, zullen we dan maar denken, hihihi!)

Ik kondigde het net al aan. Gisteren kreeg ik bij de Algemene Leden Vergadering van de club een gigantische (wissel)bokaal overhandigd als bedankje voor de inzet en het verzette werk van afgelopen jaar bij de Kickers. En dat is in mijn ogen buiten ontzettend geweldig en lief…ook schrijnend. De Joost van Gisbergen bokaal werd 21 jaar geleden in het leven geroepen als extra bedankje en steun in de rug voor de vrijwilligers van de vereniging. Een prachtig initiatief (natuurlijk) dat al tot vele namen in de gegraveerde voet heeft geleid.

wp-1487401283735.jpg

Hoezo dan schrijnend?
Omdat ik – als kersvers lid dat nu pas zijn eerste ALV mag meemaken – deze beker ‘al’ kan scoren. Daar waar ik in 2016 pas ben begonnen met het beoefenen van deze sport. Daar waar ik nog amper een softbal rechtdoor kan gooien. Daar waar ik nog niets weet van de beweegredenen en vuile was die de club ongetwijfeld heeft – krijg ik deze prachtige bokaal overhandigd.

Het afgelopen jaar heb ik veel mogen en vooral ook moeten leren. Niet alleen over de sport en mijn eigen gruwelijke conditie (als je de warming-up al amper overleeft…zou je dan wel moeten sporten?!) maar ook over de club. En dat waren niet alleen leuke lessen.
Zelf ben ik iemand die houdt van aanpakken. En van dingen beter maken dan ze zijn. Eigenlijk wil ik boven alles gewoon de beste zijn, en dus winnen. Die mentaliteit mis ik heel vaak, heel erg, bij mijn clubje.

Ik kan de keren inmiddels niet meer tellen dat ik mensen heb horen zeggen:
“Ja, dat zou ik wel anders willen zien maar er wordt toch niks mee gedaan.” of “Dit zou echt superleuk en goed zijn voor de club, maar dat hebben we in het verleden al geprobeerd en dat werd toen niks, dus doen we het maar niet.”. En ik kan me de middagen helder voor de geest halen waarbij ik naast een groep spelers of ouders zat die schaamteloos de club, het bestuur en de vrijwilligers zaten af te raggen. Dat zijn momenten dat ik mijn nieuwe familie niet anders kan omschrijven dan giftig. Giftig voor en naar elkaar, en vooral ook giftig voor en naar de club.

Dat klinkt niet erg lief, of leuk – en geloof me. Dat is het ook niet. Het zijn momenten dat ik het liefst zou opspringen en ‘mijn’ club zou verdedigen. Iets waarvan ik vaak vind dat ik het recht niet heb – omdat ik er pas een jaartje ben. Daarbij weet ik ook niet genoeg van deze mensen, van hun geschiedenis met de club en van de dingen die er in het verleden al dan niet zijn gebeurd – om goed te kunnen oordelen over hoe het zover is kunnen komen. Want ik geloof vast en zeker dat veel van de onwil, en boosheid, ontzettend gegrond zal zijn.

Neemt niet weg dat ik de houding ontzettend afkeur. Dat ik hun woorden als giftig zal betitelen en hun gedrag werkelijk waar afzichtelijk vind. Want in mijn hoofd klopt het niet dat iemand WEL zichzelf het recht toedicht om hun eigen club af te zeiken maar vervolgens NIET eens komt opdagen op, bijvoorbeeld, een ALV – om er zelf wat aan te doen.

Don’t get me wrong. Ik kan niet in iemand agenda kijken (helaas). Of in iemands verleden. Ik ben de laatste persoon die moet oordelen over of mensen dingen goed of fout doen, maar doe dat lekker toch. Ik kan me ontzettend goed voorstellen dat als je drie keer bot nee hebt gehoord – of zestien initiatieven een pijnlijke dood hebt zien sterven, of dingen hebt zien gebeuren die het daglicht niet kunnen verdragen, je een club niet lang een warm hart zult toedragen. Bij mij betekenen al die dingen echter juist dat ik het nog eens probeer. En dan harder. Of via een andere weg. Net zolang tot ik wel daar ben waar ik wil zijn.

Die daadkracht mis ik echter in mijn vereniging. En of dat nou is omdat ie is doodgeslagen en begraven, of omdat hij gewoon ontbreekt….dat boeit me eigenlijk weinig. Er is bij ons zoveel winst te behalen, op zoveel gebieden. En als ik eerlijk ben, is die winst zelfs met minieme inzet al binnen handbereik. Laten we wel wezen. Ik snap dat mensen geen zin hebben om net als ik op zondag eerst 4 uur lang te softballen, dan naar huis te rijden en een wedstrijdverslag te typen voor op de website, en de andere teams te mailen voor hun wedstrijdverslagen zodat ook de kijkers thuis kunnen meegenieten van onze sport. Om daarna verder te gaan met een nieuwsbrief voor de club die dan maar door maximaal 48% van de mailing list gelezen zal worden. Dat is een investering in mijn club die ik met liefde maak (en met heel wat minder liefde van partnerlief, hahaha!).

En zoals ik al eerder aanhaalde – ik kan niet in de agenda van andere mensen kijken. Maar toch moet je me dan even uitleggen waarom iemand wel het recht heeft om op zaterdag te zitten bitchen dat ‘de club’ of ‘het bestuur’ het allemaal zo slecht regelt op het gebied van werving, en het indelen van de teams, en het bedenken van de wedstrijdroosters en het runnen van de kantine en ga zo lekker nog even verder… terwijl op een inmiddels vier keer gedane oproep voor hulp bij datzelfde werven 0 komma helemaal geen reactie komt.

Stel dat al die mensen, met al hun ontevredenheid en vast terechte gezeur, elke week een uurtje. Nee. Zelfs misschien maar een half uurtje van hun kostbare tijd zouden opofferen. Om aan te sluiten bij zoiets simpels als een ALV. Of een denkgroep voor werving. Of een mailtje naar een mogelijke nieuwe sponsor. Of een middagje flyeren op het plein. Kleine moeite – grote winst.

Nu zaten we met 20 mensen bij de ALV. Waarvan er 15 of meer al actief betrokken zijn als vrijwilligers, bestuur of commissies. Oftewel – de dragende kracht van de club, die de investering wel wil en gaat maken om dingen op poten te zetten. Die mij feliciteren met het vernieuwen van het Huishoudelijk Reglement (waar ik ook als een gek voor heb moeten werken om de juiste poppetjes aan het dansen te krijgen). Die mij bedanken voor de nieuwe website (waar ik samen met Leonie praktisch mensen wekenlang voor heb moeten stalken voor we er eindelijk aan konden beginnen). Die mij vertellen hoe fijn het is om een ‘frisse wind’ en nieuwe initiatieven te zien binnen de club.

Nou – laat mij jullie dan het volgende vertellen. En dan hoop ik dat onder de lezers zich OOK de mensen bevinden die de befaamde zinnen als ‘het lukt toch niet’ of ‘het bestuur doet er niks voor’ in hun vocabulaire hebben:

De Kickers Waalwijk zijn verre van perfect. En met verre van bedoel ik zo ver dat perfectie niet eens meer zichtbaar is aan de horizon. Daarmee zijn wij als elke club. Elke andere club waar ik ooit ben geweest, en waarschijnlijk ook als elke club waar ik ooit nog ga komen.
Boeiend!
Onze afstand tot perfectie betekent alleen maar HEEL VEEL ruimte om te groeien. Om te verbeteren en om WEL de club te worden waar op zaterdag alleen maar gezelligheid in plaats van gezeik te horen is. Ik garandeer namelijk dat die ruimte er is. Dat weet ik, omdat ik hem zelf help creëren, onderhouden en uitbouwen. En de initiatieven die eerder een pijnlijke dood zijn gestorven? Geef ik een nieuwe kans. De keren dat er alleen ‘nee’ werd verkocht? Ga ik lekker duwen totdat er wel een ja komt. En of het in het verleden allemaal niet zo goed ging? Heb ik lekker niets mee te maken – want nu staat die bokaal op mijn schouw, en ga ik kijken hoeveel verder we het komende jaar kunnen komen.

Hopelijk – met een heleboel hulp.

wp-1487401325041.jpg

 

 

 

 

 

Advertisements