Het moge duidelijk zijn. Ik ben geen sportief typje. Dat heb ik in ieder geval altijd beweerd, en de protesten van mijn lichaam wanneer ik iedere dag de trappen naar de vijfde verdieping op mijn werk beklim, lijken dit statement te ondersteunen. Toch sport ik, al is dat vaak met vrij frisse tegenzin op het gebied van daadwerkelijk in beweging komen (als ik er eenmaal ben, is het weer leuk!). En toch hoop ik ooit nog een beetje in shape te komen (whatever that may be). Dus toen Facebook me weer eens stalkte met een advertentie voor een fitnesstracker/smartwacht combo die ik volgens hen ongetwijfeld nodig had (thanks Erik voor het googlen van die rotzooi op mijn laptop) ging ik overstag.

Enkele dagen later arriveerde dan ook mijn hippe en overhypte eerste Fitnesstracker (merk verder onbelangrijk). Een sjiek de friemel geval dat in ieder geval goed op de hoogte zou zijn van mijn hartslag, slaapgewoontes en (paniek!) mijn vetpercentage. En oh ja, hij kan natuurlijk ook heel goed stappen tellen en bedenken wanneer ik sport. Supercool dus. Oftewel – hier start een periode van een uur waarin ik probeer een vrij simpel dingetje aan de praat te krijgen (ondanks mij IT carrière ben ik hopeloos met gadgets!). Inmiddels snap ik het goed genoeg om te weten hoe ik kan swipen, registreren met mijn vinger en schiet ik niet meer in paniek omhoog wanneer iemand me belt en mijn horloge begint te trillen. Wat een vooruitgang!

Wat. Een. Confronterend. Ding!
Allereerst registreerde dat ding mijn vetpercentage. Vriendlief barstte hierop gniffelend in lachen uit. “Kijk nou. Da’s veel teveel! Zie je wel dat dat ding niet accuraat is?”  (Dat had hij namelijk in de 612151 reviews gelezen). Alleen moest ik beschaamd hierna aangeven dat het ding toevallig wel hetzelfde percentage aangaf dat ik in de sportschool ook te horen had gekregen. Oops.
Alsof dat niet genoeg is vertelt het monstertje me ook nog eens dat ik veel teveel slaap (alsof ik niet wist dat ik heel goed ben in mijn favoriete hobby) en veel en veeeeel te weinig loop. Niet zo gek, aangezien ik een bureaubaantje heb, en mijn dagen vooral op mijn kont doorbreng. Maar als je het loopdoel al omlaag zet van 10000 naar 5000 stappen en zelfs DAT niet dagelijks haalt…ga je toch nadenken.

En al zijn de ontdekkingen veelal pijnlijk, merk ik wel dat ik er stiekem een beetje naar begin te luisteren. Want tsja. Zo’n apparaatje is lekker objectief. Zal mijn horloge wat boeien of ik die 5000 wel of niet haal, toch? Maar toch voel ik me gepushed om er nu WEL voor te zorgen dat mijn tellertje op groen springt. En om misschien dat uurtje langer wakker te blijven en mijn lazy ass naar mijn bizar weinig gebruikte boksbal te begeven. Oftewel – succes! Want als iemand je er niet constant voor aan je kop zeurt, ben ik veel sneller geneigd om mee te werken.

Daarbij is het nog een goed gespreksonderwerp ook. Afgelopen week begonnen er maar liefst vier mensen over dat ding om mijn pols. Omdat ze er zelf ook een hadden (die goedkoper was dan de mijne en net zo goed werkte). Omdat ze opeens superveel mensen kenden die er een hadden (waarna een uur lang pleidooi ontbrandde omdat dit gewoon een hype was). Omdat ze wilde weten welk doel ik ermee had (mijn antwoord: ‘ik wilde gewoon een horloge dat truukjes kan was weinig bevredigend). Of gewoon omdat het er gaaf uitziet. And honestly – wie kletst er nou niet graag over zichzelf?!

Al met al is mijn eerste huiverige (en pijnlijke) aanvaring met zo’n hip fitnesstracker dingetje niet tegengevallen. Nu eens kijken hoelang het duurt voor ik mijn eerste (inmiddels) 7500 stappen haal!

Advertisements