Bloed geven is een onderwerp waar ik altijd graag over blog. Natuurlijk vooral om mezelf een ego-boost te geven. Mensen die bloed doneren zijn immers awesome, en verdienen alle lof in de wereld. (Kom maar op met de complimentjes!).

Grapje hoor!
De reden dat ik graag blog over bloed doneren is obviously het feit dat ik zoveel mogelijk mensen naar http://www.sanquin.nl wil lokken voor een aanmelding met mijn awesome verhalen. Want bloed geven is stiekem elke keer toch echt weer een avontuur. En wie houdt er nou niet van avonturen!? Die reclame maak ik overigens helemaal uit mezelf, daar zit verder geen sponsoring of iets dergelijks achter (behalve die maniakale behoefte aan complimentjes he!)

Anyway. Het avontuur van deze bloedgeef-keer was als volgt.

Er was eens een geweldig, awesome, karma-schrapend meisje dat na een lange werkdag in Den Haag de gevaarlijke terugtocht naar Dongen aanvaardde. Dit hield helaas zo’n twee uur filerijden in, waardoor de lange werkdag nog veel langer werd dan de bedoeling was. Ze wist echter dat bij thuiskomst vriendlief zou wachten met een heerlijke, gezonde en handmatig bereidde voedzame maaltijd.

De minuten tikten voorbij terwijl het lieve meisje staarde naar haar voorruit en de neuspeuterende mensen om haar heen (waarom DOET iedereen dat in de file. Gadver!). Toch kwam uiteindelijk, na drie keer bijna in slaap te zijn gevallen achter het stuur (nog nooit een vangrail van zo dichtbij gezien, OMG!), het huis in zicht. Vriendlief bleek echter de gezonde maaltijd te hebben vervangen door een veel beter vooruitzicht! MCDONALDS!

Lieve meisjes moesten namelijk goed doorvoed aankomen bij de bloedbank was het devies. En wat is er nou beter om het afgeven van een halve liter bloed te compenseren…dan een halve liter McCola! Fastforward door het McDonalds-eten naar de bloedbank in Tilburg. Daar aangekomen bleek de wachtzaal vol te zitten met andere hoopvolle en goedwillende bloed-afgevers. Een paar potjes Trivia Crack, en een vingerprik verder bleek dat het lieve meisje een te hoge bloeddruk had (158/92 – zie je wel dat file killing is?) maar gewoon bloed zou mogen geven.

Vervolgens wordt ze geparkeerd op een stoel naast een jong meisje, en tegenover een nog jonger meisje. Dit jongste vrouwke kwam pas voor de tweede keer in de bloedbank (lees: de eerste keer dat ze zo’n zak van een halve liter ging proberen te vullen). “Gaat alles goed” vraagt de standaard overbezorgde zuster aan de jongedame naast me wanneer diens machine begint te piepen dat de zak vol is. “Ja hoor, de naald ging nu net irriteren dus fijn dat ik klaar ben” reageert mijn buurvrouw waarna ze na zo’n 30 seconden moet toegeven dat het eigenlijk helemaal niet zo goed gaat. Zwetend en bleek wordt ze achterover getakeld in de stoel zodat het bloed lekker naar d’r hoofd stroomt.

Natte doekjes blijken niet aan te slepen wanneer de overbuurvrouw bij het zien van de bijna-flauwval actie van de buurvrouw besluit dat kunstje te herhalen. Het arme kind heeft pas net de naald in haar arm geragd gekregen wanneer ze het op moet geven. Zakje niet vol, stoel achterover en doekjes voor het leven. Grinnikend komt vervolgens de zuster bij mijn bedje aan. “Ga je hun voorbeeld volgen?” grapt ze, half serieus. Schijnbaar zijn mensen dusdanige kuddedieren dat wanneer er eentje slecht wordt – anderen maar gewoon dat voorbeeld volgen.

Mijn schaapkwaliteiten zijn echter dermate slecht dat de naald gewoon mijn arm in verdween – en er (voor mijn doen) supersnel ook weer uit kon. Volle zak ten gevolge en een (relatief) snelle aftocht in vergelijking met de twee dames die nog steeds met natte doekjes tot leven gewekt moesten worden. Dit gaat voor mij in het rijtje van sympathie-kotsers (al vind ik die persoonlijk nog erger). Een beetje kotsen omdat je iemand ziet kotsen, of zelf flauwvallen omdat iemand anders dat toevallig doet. Stelletje schapen. Al verdienen de beide dames natuurlijk alsnog alle praise in the world voor hun poging EN het gat in de arm he!

Advertisements