Weet je wat het is, Willem?
Wij Nederlanders maken ons teveel druk. Druk om dingetjes die eigenlijk helemaal geen aandacht zouden moeten krijgen, als je het mij vraagt. Ik geloof dat het een beetje een symptoom, een bijwerking of een gebrek is dat hoort bij de prachtige vrijheid der meningsuiting.
Neem hier arme Nielsson. De jongen durfde het aan om een leuk grapje te maken van een kleine aanpassing in zijn lyrics. In plaats van ‘Weet je wat het is, baby’ zong de schavuit opeens ‘Weet je wat het is, Willem’. Waar de koning bij was. Wat een drama. Wat een monster!

Ik vond het leuk. Grappig bedacht, en nog passend ook. Op de radio werd ook uitgewijd over het uitzinnige publiek. En toch moet het arme heerschap openbaar zijn excuses aanbieden omdat er een mogelijkheid bestaat dat onze koning not amused was. Omdat het informeel was. Amicaal. Ongepast. Wie denkt daar nou in godsnaam over na? Het was een liedje. Muziek. Geen bewust onrespectvolle belediging aan het koninklijk adres. Toch?

Het punt is namelijk dat, gelijktijdig met ons recht om alles maar te kunnen zeggen, onze tenen ook ontzettend lang zijn geworden. Vroeger kon alles zomaar. Lekker foute grappen waarin geen ras, religie of nationaliteit werd ontzien. Je kon ze op elk feestje uit de kast trekken, en dan had je de lachers op je hand.

“Hoe krijg je 20 Joden in een auto?” “Zeggen dat Hitler eraan komt.”
” Hoe krijg je 20 Joden uit een auto?” “Zeggen dat ‘ie op gas loopt.”

Vroeger lag ik er gewoon dubbel om. Ja. Fout ja. Onaardig, en onrespectvol? Vast wel. Da’s nou eenmaal mijn humor, I guess. En met mij vele anderen. Tegenwoordig word je echter zo ongeveer opgeknoopt als je zelfs maar DENKT aan zo’n foute grap. Dan wordt je hele hebben en houden uitgeanalyseerd op elke mogelijke manier. Dan siert je gezicht kranten, blogs en ben je opeens voor alles en iedereen een monster. Want iedereen heeft een mening, en die mening mag (en moet) gehoord worden. Daar verbaasde ik me in een eerdere blog ook al over, al stond ik toen zelf ook te joelen voor de schandpaal waaraan Elle en Viva werden genageld. Ook mijn tenen zijn een maatje te groot voor mijn schoenen, I guess.

Soms zie ik wel eens een plaatjesreeks voorbij komen van oude reclames. Te fout voor woorden. Reclames die tegenwoordig niet verder zouden komen dan een brainstorm-sessie op een groot kantoor. Reclames die de maker zijn carrière zouden kosten in het huidige klimaat. Ik mis de kleine schoenmaten. Al denk ik dat we nooit meer terug kunnen naar dat ongedwongen grappen over van alles en nog wat. We maken ons immers al druk om de aanpassing van een woordje in een lied.

Image from the article from boredpanda.com
Advertisements