Het is elke zaterdag dat ik moet werken weer hetzelfde gevecht. Lunchtijd breekt aan en de innerlijke conversatie breekt los. Wel naar Subway, niet naar Subway – Albert Heijn to go – fruit halen. Steeds opnieuw probeer ik mezelf ervan te overtuigen dat ik lunch mee moet nemen.
Dat ik gezond moet doen. Dat ik niet moet vallen voor de Subway val. Ik kan overwinningen echter op één hand tellen, bij wijze van spreken. Een Subway pal naast een gigantisch callcenter met korte pauzes. Ka-Ching, moeten ze hebben gedacht.

Ook deze zaterdag – na bijna zes weken niet geweest te zijn (klein succes!) – eindig ik in mijn lunchpauze weer voor de bekende balie. Ik weet nog goed de eerste keer dat ik bij de Subway kwam.
Teveel keuze, zoals bij elk zelfrespecterende fastfoodketen. Grote borden met teveel keuze om je besluit te vormen voor de ongeduldige medewerker je al aan staat te staren. Tegenwoordig weet ik precies wat ik wil bestellen.
Welke vragen er komen, welke antwoorden ik moet geven. Rustgevend, bestellen bij de Subway.

Meestal dan.

Vandaag stond hetzelfde meisje achter de balie dat al bij de Subway werkte toen ik vier jaar geleden bij het Callcenter begon. Zij, en een andere jongeman zijn een net zo constante factor als mijn aversie voor zaterdagen.
Normaal weten ze volgens mij prima wat ik wil bestellen, maar nu gaat het allemaal opeens niet zo soepel.
De jongen voor me in de rij bestelt een Steak en Cheese sub. Niet heel ingewikkeld – totdat de stukje vlees opeens rebelleren en niet netjes op het broodje gelegd willen worden.
De kaas blijft plakken en het meisje zucht diep terwijl ze ongeduldig het broodje in de oven flikkert. “Ik wilde hem niet getoast hebben” protesteert de jongeman zachtjes. Ze bevrijdt het broodje weer uit de oven, om vervolgens de gewenste groentes op het broodje te plempen.

Dan is de beurt aan mij. Ik bestel mijn gewoonlijke broodje – alleen snijdt ze pardoes mijn hele sub doormidden. Ze wil het halve broodje vol gaan gooien wanneer ik, bijna bang, meld dat ik graag een hele wilde.
In plaats van de twee helften gewoon te gebruiken schuift ze die nonchalant aan de kant. Ze draait zich om om een nieuw brood te pakken – en vergeet spontaan mijn bestelling, waardoor ze me doodleuk opnieuw vraag wat ik ook alweer wilde hebben.

Met verwijde pupillen en een half lachje kijkt ze me aan terwijl ze kip en kaas op het broodje weet te krijgen, en hem in de oven stouwt. De arme jongeman staat inmiddels nog te wachten terwijl zijn bestelling afgerekend wordt.
Het meisje is echter in gevecht met het papier van zijn broodje, dat wordt normaal in een vloeiende beweging gerold, nu protesteert en kraakt het aan alle kanten. Geweldig.
Ondertussen piept de oven. Een piepje dat er normaal voor zorgt dat de medewerker alles laat vallen om het broodje te redden uit de brandende kaken van de toaster. Dit keer niet. Er wordt rustig verder gerold, afgerekend en gewacht tot de pinautomaat vrolijk piept.
Tevreden dat er betaald is zwaait de medewerkster de jongeman voor me vrolijk uit, iets te vrolijk, om vervolgens toch maar mijn broodje te gaan redden.

Lekker, bruiner dan normaal (ik hou er wel van) wordt mijn broodje verder bekleed. Ik herhaal tot drie keer dat ik graag sla, komkommer, uien en paprika wil…om haar vervolgens toch de paprika nog te zien vergeten.
Gelukkig is dat snel opgelost, en eindigt mijn broodje met de juiste groenten. Een zoektocht tussen de sauzen (ze heeft ze allemaal opgepakt en teruggegooid, terwijl ze altijd op dezelfde plek staan XD) levert uiteindelijk de honing-mosterddressing op.
Terwijl ze schudt om de saus los te maken deponeert de open fles al een gulle lading saus over mijn broodje en haar schort en shirt. Ze merkt het echter niet op, en verandert mijn broodje in een zwembad van saus.
Nog steeds niet erg, want die saus is verschrikkelijk lekker.

Pas wanneer ze ook nog eens uit het niets begint te giechelen bij het afrekenen – en zichzelf niet meer kan beheersen wanneer ik mijn pincode intoets besef ik dat het geen vroege-ochtend-kater is..
Neenee.

Mijn subwaymeisje. Is ladderzat. Of high. Of beiden.
Bevestigd door het feit dat ze brullend van het lachen verdwijnt door de deur, nog voor ze heeft gecontroleerd of mijn betaling succesvol is. Een zaak met nog drie andere wachtenden bevreemd (en enigszins beangstigd) achterlatend.

Lekker, lunch!

Advertisements