“Wat wil je later worden?”
“Nou, geen e-commerce medewerker bij een bestelautobedrijf…als dat soms is wat u bedoelt.”

Wat een verschrikkelijke vraag. En misschien had ik wel dapper genoeg moeten zijn dat daadwerkelijk als antwoord te geven. Alsof een sollicitatiegesprek nog niet erg genoeg is zonder dat je moet gaan nadenken over de rest van je leven.

Het is niet alsof ik slecht ben in zelfreflectie – vragen naar mijn competenties, sterke en zwakke punten en skillsets kan ik zonder veel moeite beantwoorden. Maar dit soort filosofische vraagstukken?

Ik heb mezelf niet voor niets door drie opleidingen geworsteld voordat ik uiteindelijk bij de vierde mijn diploma wist te behalen. Zou ik hebben geweten wat ik ‘later’ wilde worden zou ik wel meteen de aansluitende opleiding hebben gekozen, denk je ook niet?

Veel tijd krijg je dan echter niet om uit te komen op een sociaal wenselijk antwoord, helaas. En terwijl ik worstel om uit mijn woorden te komen zit die kerel alleen maar te grijnzen. Ergerlijk.

Natuurlijk was het gesprek al vanaf het begin tijdsverspilling. Ik werd ontvangen door de jongeman die mijn directe collega zou worden – en die de selectie uit de berg sollicitanten had gemaakt. Het gesprek werd echter gevoerd door de grote baas.

En nadat die over zijn verbazing heen was omdat ik een vrouw bleek te zijn, ging het daarna alleen maar bergaf. Niet dat het gesprek niet liep, verre van. De ‘klik’ waar je altijd op hoopt in zo’n gesprek was er op zich wel.
Jammer dat ik geen penis had. En drie bladzijdes werkervaring. Want ook dat bleek toch wel een groot gemis te zijn.

Ach – meer vrije tijd voor mij. En de kans om nog meer van dit soort heerlijke gesprekken te voeren.
Banenjacht. Toppie.

Advertisements