“40 euro voor een strapless topje? Maar da’s toch gewoon een lapje stof?” roept vriendlief in paniek uit, nadat zijn vriendinnetje haar eerste aanwinst uit haar winkeltassen opdiept. Ik verberg mijn gezicht achter mijn menu zodat niet iedereen ziet hoe ik mijn lach terugvecht. De arme jongen probeert zich te verdedigen tegen een betoog over elasticiteit, stofkwaliteit en merkwaarde dat volgt op zijn ondoordachte opmerking. Zijn comeback maakt echter mijn dag weer goed:

“Joh, anders ga je je eens wat meer als Rihanna kleden. Dan hoef je alleen nog maar ondergoed te kopen.” mompelt ie wanhopig.

Het ergste is nog wel dat hij daarmee een geweldig punt heeft. Stel je voor dat je alleen nog maar ondergoed zou hoeven kopen. Wat een geldbesparing! Ik snap spontaan niet meer waarom al die Amerikaanse ouders zo anti-Rihanna en Miley zijn. Die jongedames proberen arme gezinnen gewoon door de economische crisis te helpen door het dragen van ondergoed als kleding tot de nieuwe standaard te maken. Beter nog, vanaf nu alleen nog maar tepelkwastjes en lendendoekjes voor iedereen. Zonder merken. Daar stevenen we met de huidige generatie artiesten als voorbeeld toch op af.

Niet alleen goed voor onze portemonnee, maar ook voor de gelijkheid waar iedereen naar streeft. Geloof mij maar dat alle dikkerds van de wereld de sportschool wel ontdekken wanneer ze alleen met kwastjes en doekjes mogen werken. En een wedstrijdje ‘mijn lendendoekje was duurder dan de jouwe’ is toch een stuk minder indrukwekkend dan kleding van de Hema en Versace vergelijken.

Nu nog even ontdekken waar je tepelkwastjes scoort..en ik ben klaar voor de zomer!

Nieuwe column voor Univers

Advertisements