Schade en schande hebben mij tot op heden nog niet wijs kunnen maken. Een ezel zou zich niet twee keer aan dezelfde steen stoten (zeggen ze dan, he), maar elke steen die ik tegenkom kan met gemak mijn schenen vier keer martelen. Minstens. Het is zelfs zo erg dat vrienden er een inside joke van gemaakt hebben. Elke keer dat ik weer eens zeg… ‘Ja, maar ik ging ervan uit dat…” beginnen ze allemaal tegelijk te bléren. “AANNAMES ZOË! JE DOET WEER AANNAMES! JE MOET GEEN AANNAMES DOEN!”. Komt vaak voor. Want ik neem veel dingen aan. Het is lekker gemakszuchtig, en vaak genoeg gaat het ook ontzettend fout wanneer ik weer eens aan de slag ga op basis van assumpties die niet kloppen. Maar meestal maakt het het leven zoveel makkelijker dat het het wel waard is.

Zeker nu ik aan mijn thesis bezig ben begin ik de nadelen van aannames steeds meer te zien. Mijn begeleider geeft me elke keer weer op mijn kop als ik iets (fout) doe. Meestal reageer ik dan ook met dat stomme zinnetje “Ja, maar ik ging er vanuit dat het wel goed zou zijn.” of iets in die trant. Het komt er op neer dat ik in veel gevallen maar gewoon wat doe. Een kip zonder kop, dat ben ik, zeker wanneer het op statistiek aankomt. Dan doe ik maar dingen omdat ik aanneem dat het zo hoort, of dat het zo moet. Niet bepaald handig, zeker niet wanneer je ooit nog af wilt studeren. Zo ook met klusjes in huis. Komt vriendlief thuis, zonder boodschappen, terwijl ik ervan uit ging dat hij die wel zou doen. Weet hij veel, de arme jongen denkt dan dat hij thuiskomt terwijl ik al lang in de keuken sta, terwijl ik op hem zit te wachten met de boodschappen.

Ik vind het maar moeilijk. Leven zonder aannames, generaliseringen en stereotypes. Ik zit vast in zo’n patroon van assumpties, dat ik er na jarenlange oefening niet meer aan onderuit kom. Zodra ik op mijn werk een gesprek aanneem ga ik er al vanuit dat degene aan de andere kant van de lijn geen enkel flauw idee heeft waar ik het over heb. En dat is in de meeste gevallen zeker waar, en zorgt ervoor dat ik mensen goed kan helpen. Maar wanneer ik dan vijf minuten iets aan het uitleggen ben aan iemand die het ook in 1 zinnetje wel zou hebben begrepen – is het een beetje dom.

Het ergste is dat ik vaak niet eens doorheb dat ik weer eens opereer op een aanname. Het gaat zo snel en natuurlijk dat ik over veel dingen gewoon niet bewust nadenk. Pas wanneer er dan weer geroepen wordt dat ik geen aannames moet doen besef ik hoe erg ik ben. Dan ben ik heerlijke lasagne aan het maken voor gasten in de veronderstelling dat iedereen lasagne toch lekker vindt. Om pas wanneer iemand met een vol bord voor zijn neus blijft zitten te beseffen dat dat misschien wel helemaal niet zo is. En het allerergste is nog wel dat de meeste assumpties met een kleine, korte vraag om te zetten zijn in zekerheden.

Maar…hoe train je jezelf daarin?

Advertisements