Ik vervloek nog altijd de dag dat ik online bestellen ontdekte. Een uitvinding die niet gemaakt is voor de mensen onder ons met gaten in onze handen. Het gat in mijn hand is zo groot dat het een wonder moge heten dat er nog een hand te vinden is. Sparen – mij compleet onbekend. Regelmatig struin ik websites af waar ik beter niet bij in de buurt kan komen. En elke keer dat ik me bedenk dat ik echtechtecht iets nodig heb – is het zo besteld. Voeg dat samen met mijn gigantische haat jegens winkelen en kleren passen – en je hebt een match made in hell.

Inmiddels puilt mijn boekenkast uit zijn voegen (en probeer ik mezelf ervan te weerhouden dan maar gewoon een grotere kast online te bestellen). Mijn klerenkast wordt bevolkt door stapels kleding waarvan ik -schaamschaam- zelfs dingen nog nooit heb aangehad. Mijn moeder had dat vroeger al, hele lades vol kleren die ze nooit droeg, toen ze nog een kledingwinkel runde. En ik hield toen bij hoog en laag vol dat mij dat nooit zou overkomen. Helaas, toch meer van moeders overgenomen dan ik in eerste instantie misschien dacht. Mijn arme bankrekeningetje huilt elke keer als ik weer naar mijn Random Reader grijp om de zoveelste bestelling te plaatsen. Het allerergste is nog wel dat ik er niet alleen in ben. Ook vriendlief is gevallen voor de charmes van online bestellen. Dus zijn wij een vast adresje voor de bezorger in onze wijk.

Tegenwoordig kan ik ze zelfs al uit elkaar houden. Mijn eeuwige favoriet is de DHL-bezorger. Een vrolijke oudere man die altijd vriendelijk is. EN die naar boven komt met je pakketjes. Hij heeft een obsessie voor niet thuis papiertjes (waarvan je er bij elke mislukte bezorgpoging een in de bus vindt) en weet altijd PRECIES te komen op het moment dat je net even naar de winkel of de sportschool bent. Het is net alsof ie wacht tot je weg bent.  En dan is er de bezorger van PostNL die aartslui is. Kan ik hem niet eens kwalijk nemen met de hoeveelheid pakketjes die hij moet bezorgen. Die (jonge) knul weigert pontificaal de vier trappen te trotseren om bij ons appartementje te komen. Daarvoor dien ik af te dalen – als ik mijn nieuwste aanwinst wil bemachtigen.

Da’s lastig hoor. Nu, in de laatste fase van het afronden van mijn masterthesis zit ik veel thuis. Je bent niet veel weg als je 12 uurtjes in de week werkt, en de rest achter je pc’tje doorbrengt. Veel dagen zal ik dan ook echt niet de moeite nemen me toonbaar te maken. Dan is het lekker rondhangen in een schandelijke pyjama (denk flanellen ruitbroek en flubbertopjes) met mijn haar in dezelfde vorm als toen ik net opstond (een getoupeerde afro). Afgemaakt met een paar geitenwollensokken (gebreid door de oma van vriendlief – heerlijk) en ik ben geheel onklaar voor wat voor een contact met de buitenwereld dan ook. Dat zorgt ervoor dat elke keer dat de bel gaat – en het de pakketjesmeneer blijkt te zijn – ik in volledige paniek op zoek moet naar een broek, schoenen en een haarborstel. Geen scenario’s waarin ik in een verleidelijke peignoir de bezorger trakteer op een aanblik waar ie de hele dag op kan teren – no sir. Dan combineer ik een haastig aangetrokken spijkerbroek , een dikke jas (om het flubbertopje te verbergen) en net getemde bos haar met de eerste schoenen die ik tegenkom. Er zijn dagen dat ik dan dus eindig met twee verschillende schoenen als ik de afdaling naar de voordeur ga maken. Gelukkig is die gast vast erger gewend.

Misschien maar wat minder bestellen. Dan kan ik veilig mijn huis bestieren in foute outfits. OF meer bestellen, en standaard elke ochtend een uurtje voor de spiegel doorbrengen. Wat denken jullie?

Advertisements