Gelukkig ben ik al een paar jaar van de markt, anders zou ik na een telefoongesprekje met een collega gisteren alle hoop op liefde volledig opgegeven hebben. Flirten is namelijk zo’n begrip dat mij compleet vreemd is. Daar waar menig ander vrouwelijk wezen mannen met slechts een paar goedgeplaatste opmerkingen, veelbetekenende bewegingen en vrijpostige blikken compleet het hoofd gek kan maken – stort ik in bij elke kleine vorm van mannelijke aandacht. Lekker handig voor vriendlief. Die heeft al meerdere malen laten vallen dat ie niet bang hoeft te zijn dat ik ooit vreemd zou gaan – daar ben ik te kneuzig voor. Leuk.

Nou is het natuurlijk 100% waar. Ik ben een kneus. Nooit een probleem mee gehad, heb ik hem immers ook mee weten te scoren (misschien zegt dat wel meer over hem, dan over mij, hihi!). En toen ik gisteren haast ineenstortte na een hilarisch gesprekje op mijn werk werd dat wel weer bevestigd. Het is niet de eerste keer hoor, dat ik ‘belaagd’ werd door een hoopvolle man tijdens een telefoongesprek. Na (meer dan) twee jaar bij de McDonalds gewerkt te hebben waren vreemde openingszinnen me zowiezoe al niet meer vreemd. Mannen schijnen namelijk te vinden dat ‘de goedkope -en domme- Mc-medewerksters’ vrij terrein zijn wanneer het komt op het oefenen van je slechte pick-uplines. Dan gaat het van kwaad tot erger!

Voorbeeldjes vraagt u?

“Verder nog iets voor u?”
“Ja, doe me je nummer maar!”

“Wilt u ook saus bij uw sundae?”
“Nee, maar ik zou eigenlijk ook liever jou likken.”

Echt! Those things happened!
Nou kan ik dat bij een McDonalds nog enigszins begrijpen. Daar komt me toch een volk. Maar bij een telefonische klantenservice? Dan gaan al helemaal de remmen los blijkbaar. Dapper hoor, want ze zien je toch niet, en als je mis schiet loop je in ieder geval geen blauwtje in het echte leven. Ook hier voorbeelden zat, maar omdat ik uit wil komen bij het drama van gisteren – doe ik maar één kort voorbeeldje. Een die me altijd bij is gebleven.

Voorbeeldje:

Bellend op een winterse dag – met een dik pak sneeuw buiten – wens ik de klant aan het eind van ons gesprek een prettige dag toe. Om vervolgens als reactie te krijgen:
“Oh dat gaat wel lukken hoor. Ik ga zo naar buiten, lekker spelen in de sneeuw. Ik maak graag meisjes nat  -lange stilte-  met sneeuwballen!”
En terwijl meneer (uit 1954!!!!?!?!) het uitproest over zijn geweldige opmerking weet ik nog net uit te brengen. “Dan wens ik u daar veel succes mee” voordat ik op de wegdruk-knop druk. Griezelig, toch? Wie geeft die mensen een vrijbrief om uberhaupt zo te praten – verschrikkelijk!

Dat zijn dan op zich nog wel mensen die ik aankan. Dat is allemaal zo fout dat het makkelijk zat is om ze af te wijzen, of af te wimpelen. Gisteren werd ik echter overrompeld toen ik even moest bellen met een collega van een andere afdeling. Dit gebeurde er:

Collega: “Goedemiddag, Habib – afdeling-, wat kan ik voor je doen?
Ik: “Goeiemiddag, je spreekt Zoë-Amber  -bedrijf- CC.”
Collega: “Huh, wat, welke afdeling zei je? Ben je van hogerop?”
(Hier was ik even verbaasd)
Ik: “Nee, hoezo, ik ben maar een simpele klantenservice agent.” -insert foute giechel-
Collega: “Oh, zo simpel klonk je niet. Wat betekent CC dan?”
Ik: -heel droog-  “Customer Care?”
Toen moest hij lachen om zijn eigen domheid (gelukkig) – om vervolgens moeiteloos om te schakelen.

Collega: “Nou, voor zo’n simpele medewerker als jij heb ik hier anders nog wel een mooie rode roos liggen hoor!”
Ik: (waarom – geen idee) “Oh, dat lijkt me wel wat. Ik heb al in geen eeuwen meer een roos gehad, kom maar op!”
Collega: “Zeg maar waar je zit, kom ik hem ff brengen.”
Ik: “Lijkt me nogal lastig, we werken niet echt bepaald bij elkaar in de buurt.” (Geen idee waarom ik er uberhaupt op inging – ik ga ratelen als ik van mijn apropos ben!).
Collega: “Ah joh geen probleem, wij zitten in Zoetermeer, jullie?”
Ik: “Ach, helaas, helemaal in Tilburg – da’s toch net iets te ver denk ik he.”
Collega: “Nee joh, geen probleem, ik woon zelf in Rotterdam. Ik weet zeker dat als ik hier nu naar buiten loop, dat ik in 45 minuten daar ben. Geef me je nummer maar.”
Hier sloeg totale paniek toe.
Ik: “Ik denk niet dat mijn baas het leuk vind als ik hier nummers ga uitwisselen, hoor.”
Collega: “Joh, dat hoeft de baas niet te weten – ik doe gewoon alsof ik je naar het nummer van de klant vraag. Kom maar op. 06-….?”
Ik: “Ja, laten we dat maar gewoon niet doen.” (zo gevat!)
Collega: “Tsja, dan zal het wel niks worden met die roos he, want ik ga niet helemaal naar Tilburg om jou te zoeken als ik je nummer niet heb.”
Ik: “Nee, helaas, dat bewaren we wel voor een ander keertje – maarre…over die klant die ik nou in de wacht heb staan he…?” -soepele overgang-

De 10 minuten nadat ik de klant had doorverbonden en veilig was kon ik er met mijn verstand nog niet bij. Hij deed het zo soepeltjes, zonder twijfel, zonder schaamte…zonder wat dan ook. Alsof dit het normaalste gesprek van de wereld was (misschien deed ie dit wel met elke andere collega – zou me niks verbazen). En dan vraag ik me af – hoe vaak zou ie daar nou wel mee scoren? En wie valt daar dan voor? En hoe zou je dan beter/flirteriger moeten reageren? Nee. Het moge duidelijk zijn dat ik daar dus niet voor gemaakt ben. Maar…wie dan wel?

Advertisements