Mijn auto en ik. Onze relatie is geen episch liefdesverhaal dat een boek en drie films waard is, helaas. Het is nu ondertussen toch alweer bijna vijf jaar dat ik met een roze kaartje in mijn bezit achter het stuur mag kruipen. Autorijden blijft echter een bezigheid die ik, in gezelschap, liever vermijd. Een haat die compleet ontstaan is door een zeker persoon die verandert in een monster op de passagiersstoel. Het verhaal van auto en ik begon zo mooi. Mijn rijlessen waren hemelse uurtjes die, na enig geklungel in den beginne, bevestigden dat ik niet zo’n gruwelijk vrouwelijke-bestuurder-kan-er-niks-van geval zou worden. Nou zal ik eerlijk zijn en zeggen dat ik de auto in de lessen zo vaak heb laten afslaan dat ik geen schaamte meer voelen als ik weer eens een hele rij ophield bij een stoplicht of midden op een kruising. Inparkeren – niet mijn favoriete bezigheid. Maar met enige concentratie en moeite kwam ik altijd wel op dat punt dat ik, zonder gewonden en schade, de auto kreeg waar ie moest zijn.

Toen kwam mijn rij-examen. Voor de zekerheid toch maar een rokje en laag uitgesneden topje aangedaan. Ik had immers een relatie met de koning van het gefaald afrijden (met 6 keer afrijden heeft hij zijn examengarantie bij de rijschool in ieder geval goed benut), dus nam ik het zekere voor het onzekere. Alles ging goed en aardig, en ik kletste wat af met de vriendelijke jongeman die mijn examinator moest voorstellen. Een jonge kerel. Booyah. Precies waar je op hoopt, alles beter dan zo’n chagrijnige oude kerel die mensen voor de lol laat zakken. Toen kwam er echter het rampzalige deel waar ik, wachtend voor een stoplicht, optrok en de binnenbaan pakte terwijl ik op de buitenste baan stond. De vriendelijke examinator greep het stuur. “Het lijkt me handig als je de buitenbaan pakt”. Vlak voordat ik mijn neus in de nietsvermoedende Mercedes naast me boorde. Ik had de horrorverhalen allemaal gehoord. Een ingreep – dan kun je fluiten naar je rijbewijs. Beteuterd reed ik dan ook terug naar het CBR, waar ik (zodra de examinator buiten hoorafstand was) de wind van voren kreeg van mijn begeleider. Ik had teveel gekletst, teveel afleiding toegelaten en dan nog die ingreep. Ik kon het wel vergeten.

Een paar minuten stond ik echter (bijna juichend) buiten. Rijbewijs binnen. BAM! Meneer de examinator vond dat ik met zelfvertrouwen achter het stuur zat, en zeker genoeg was van mezelf om een gesprek aan te gaan terwijl ik toch op de weg lette. Goed genoeg voor een rijbewijs dus. De blik van complete verbazing en verrassing op het gezicht van mijn instructeur zijn wel genoeg. Onverdiend, dat was het. Maar je zou mij niet horen klagen. Logisch toch?
Alles leuk en aardig kon ik twee weken later mijn rijbewijs ophalen. En toen begon het drama. Autorijden kan ik. Autorijden met Erik ernaast. Nee. Gewoon nee. Wanneer hij met zijn afkeurende ogen, paniekerige blikken en angstige kreten naast me zit vergeet ik letterlijk hoe schakelen ook alweer gaat. God forbid dat we ergens uitkomen waar ik moet fileparkeren, of waar de ruimte om te parkeren niet denderend is. Erger nog, laat hem navigeren en ik krijg het voor elkaar om twee meter voor een afslag het stuur dramatisch om te gooien, omdat hij pas op het laatste moment iets zegt. Zonder nadenken (of spiegelen). Ik vond autorijden altijd leuk, toen ik nog les had. Tegenwoordig krijg ik mezelf al gek voordat ik de auto stap.

 

En de redenen dat ik volgens hem zo’n slechte chauffeur ben… vind ik allemaal zo erg nog niet.

So what dat ik:

– Het geen probleem vind om een paar 100 meter achter een vrachtwagen te rijden als die gewoon 120 rijdt op de snelweg.

– bij inparkeren wel eens twee of drie keer moet steken om hem helemaal netjes neer te zetten.

– geen obsessie heb met links rijden.

– niet met veel liefde 10 kilometer boven elke snelheidslimiet rijd

– Mijn toeter niet wil gebruiken voor iedereen die iets doet dat me niet bevalt

– Niet schakel als een professionele racecardriver

– Mensen voorrang geef die geen voorrang hebben als ik er niemand anders mee lastig val

 

Eigenlijk…ben ik by far de slechtste chauffeur niet die ik ken. Enkele malloten stap ik zelfs met tegenzin bij in de wagen. Sommigen zijn niet alleen een gevaar voor zichzelf, maar voor alles en iedereen om zich heen. Misschien moet ik in plaats van teveel nadenken over mijn eigen rijgedrag…eens nadenken over mijn passagiers!

Advertisements