Bloed is geweldig. Een heerlijk goedje. Onmisbaar als je wil leven, en priceless als je ergens tegen een boom bent geknald. Bloed is lekker neutraal. Het bepaalt niet hoe slim of mooi je bent, of welke keuzes je maakt. Het doet zijn ding, ongeacht wie jij nou bent als persoon. En dat is maar goed ook.

Nobel

De afgelopen jaren sleep ik mezelf elke zoveel maanden naar de bloedbank. De oproepkaart wordt elke keer weer met tegenzin in mijn tas gestoken, maar toch sta ik elke keer weer braaf op tijd voor de balie in het ziekenhuis. Bloed doneren is niet bepaald mijn hobby. Van maar weinig mensen, lijkt me. Behalve natuurlijk de sadisten die het heerlijk vinden een gigantische naald in hun arm te laten rammen om vervolgens droog te zitten kijken hoe hun bloed wegstroomt een hobbelend zakje in. Ik ben ermee begonnen omdat ik nieuwsgierig was naar mijn bloedgroep. Zo nobel ben ik dus. De eerste keer toog ik vrolijk naar de bloedbank, benieuwd naar wat er zou gebeuren. En toen vertelden ze me dus doodleuk dat ik de bloedgroep O- had. De meest geliefde bloedgroep dus. Hallo schuldgevoel. Mijn gratis bloedgroepbepaling en soa-test mondden dus uit in een constante guilt-trip die me om de vier maanden een halve liter bloed kost.

Koekjes en koffie

Gelukkig maak je in een gemiddeld bezoekje aan de bloedbank zat leuke dingen mee. Mensen die bewusteloos van hun stoel storten. Werklieden met haast die slechts met moeite de hostess en haar oneindige stroom koekjes en kopjes koffie van zich af weten te slaan. Soms zelfs een verschrikkelijk lekker ding dat je dan een kwartier ongegeneerd aan kunt staren. Je ligt immers in een stoel en hebt weinig anders te doen. Of, wanneer je het geluk hebt tijdens carnaval bloed te mogen gaan geven: het toppunt van dom. Iemand, zo onder de invloed van alles dat je maar binnen kunt krijgen, dat ie niet eens helder genoeg is om te begrijpen waarom hij geen bloed mag geven.

Echt geen bloed geven

Dan sta je daar te luisteren naar de discussie. “Meneer, u kunt vandaag echt geen bloed geven hoor.” Waarop meneer wappert met zijn oproepkaart, exclamerend dat deze datum toch echt tot de mogelijkheden behoort. Gelukkig heeft bloed niks te maken met intelligentie. Want anders moet ik medelijden hebben met de eerdere ontvangers van zijn bloed. Dan zit je grinnikend je formuliertje in te vullen terwijl de beveiliging langskomt om de zatlap te verwijderen. En dan zit je hardop lachend in de stoel, met een monsterachtige naald in je arm, wanneer de kerel een tweede keer binnen komt stormen, wankelend en achtervolgd door de beveiligingsmensen. Vastbesloten om zijn halve liter alcohol te komen doneren.

Nieuwe column op: http://cult.thepostonline.nl/column/bloed-geweldig/

Advertisements