Ik ben niet de enige!
Het internet heeft het me bewezen! Weg zijn de twijfels die in mijn hoofdje werden geplant door vriendlief. “Het is niet normaal om de sokken niet direct op te vouwen, hoor. Gek mens.” Ik had maar geaccepteerd dat ik een gestoord huismonster was, te lui om de berg sokken te vouwen zodra de was droog was. Ik had me er al bij neergelegd dat mijn ‘sokkendoos’ een ongekend fenomeen was, als een dagelijkse ode aan mijn was-haat. We wonen inmiddels iets meer dan een jaar samen, en nog steeds heb ik elke week spijt van de deal die we hadden gemaakt voor we tekenden voor ons appartementje.

Hij zou het huis netjes poetsen, stofzuigen en de vloeren dweilen terwijl ik zou transformeren in de koningin van de wasmand. Helaas kwam ik er pas later achter wat een gruwelijke hekel ik heb aan de was doen. Het viel altijd best wel mee, die vier jaar dat ik op kamers woonde. De was voor een persoon is prima te doen. Goed bij te houden. Tegen dat je een machine vol hebt ben je vaak alweer een week verder. Heerlijk. Maak daar twee mensen van…en de was wordt onoverwinnelijk. Denk je ermee klaar te zijn… moet het bed weer worden verschoond.

Gelukkig heb ik af en toe van die dagen dat ik in een keer de was weggewerkt krijg voordat ik iets leukers bedenk om te doen. Meestal lig ik echter hopeloos achter. En dan vooral met de sokken. Een grote doos vol met schone sokken, die ik meestal pas ga vouwen als alle (fijne) sokken op zijn en er dus geen andere keuze meer is. Zelfs dan krijg ik het voor elkaar om gewoon in de sokkendoos te zoeken naar twee matchende sokken wanneer ik ze nodig heb. Helaas komt vriendlief op dat moment meestal in opstand. Jammer.

MAAR IK BEN NIET DE ENIGE! Het opsparen van sokken om ze in een keer allemaal op te vouwen is gewoon een geaccepteerde manier van huishouden. Mensen doen het. Overal. Ik ben niet gek. WHOOHOO!

Vandaag is weer zo’n dag dat het moet gebeuren. Het feit dat ik mezelf amper zover krijg om rechtop te staan bemoeilijkt de voortgang echter behoorlijk. Mijn buikgriep van vorige week werd onderbroken voor een weekendje Carnaval, om vervolgens vloeiend over te gaan in de ergste verkoudheid/griep die ik in jaren te pakken heb gehad. Mijn keel voelt inmiddels aan als een stuk schuurpapier van de ruwste klasse, bij elke hoestbui verbaas ik me dat ik onderhand nog geen bloed ophoest. Het is zo’n dodelijke, vastzittende kriebelhoest.

Elke inademing ‘activeert’ de kriebel, resulterend in hoestbuien waar ik gewoon niet meer uit komt. Stikkend, omdat ik tussendoor niet genoeg zuurstof binnenkrijg om de volgende hoest te maken. Ribbenkneuzend hard. Mijn moeder heeft wel eens aanvallen van bronchitis. Vroeger kneusde die wel eens letterlijk een rib door het hoesten. Geloofde ik nooit, tot nu. Nu eindig ik in een hoeststuip die heel mijn lichaam doet samenkrampen, hopend dat ik hem overleef. Gruwelijk. Zo erg zelfs dat vriendlief vannacht zelfs niet eens in hetzelfde bed als ik wilde (lees: kon) slapen. Die is pruilend afgedropen naar de logeerkamer terwijl ik mezelf zielig lag te vinden tussen de hoestbuien door.

Doel:
1.  De drogist leegkopen, alles dat werkt tegen hoest en keelpijn (en eventueel ook tranende ogen en een druipneus). Schets ik al een beeld van een sexy wezen? Ik durf eigenlijk de deur niet uit, want ik zie eruit zoals ik me voel. Monsterachtig.

2. Helaas zal ik wel moeten, want vandaag is DE grote afspraak (eindelijk) met mijn thesisbegeleider. Data-analyse. SAVE ME. De afspraak overleven is dan ook doel twee.

3. De was bijwerken EN de sokken vouwen. Dit is echter het doel dat waarschijnlijk niet behaald gaat worden. Mocht ik namelijk de autorit naar Tilburg EN de afspraak overleven zonder in te storten bij mijn begeleider of in de drogisterij vermoed ik dat ik dan wel alles heb gedaan dat ik energie-wise voor elkaar krijg. Oh wacht. Vanavond Pilates.

Dit wordt niks.

Advertisements