“Een deelnemer aan The Biggest Loser is 60% van d’r lichaamsgewicht afgevallen! Bizar!’’, roep ik tegen vriendlief terwijl we in de auto zitten. “Ik zou echt direct meedoen aan zo’n programma, dan zou ik misschien ook eens ECHT afvallen”, mompel ik vervolgens verbolgen.

“Schatje, jij zou echt niet kunnen meedoen aan zo’n programma hoor”, reageert hij, terwijl hij ondertussen als een maniak langs twee auto’s scheurt. Ik klem me voor mijn lieve leven vast aan de handgreep boven de deur, terwijl ik een gil probeer te onderdrukken. “Waarom niet?”, gooi ik voorzichtig een hengeltje uit, vissend naar het complimentje dat ik toch echt niet dik genoeg ben voor zo’n programma.

“Jij hebt niet zo’n zielig huil-verhaal. Dan kom je er heus niet tussen hoor”, zegt meneer echter droog. En terwijl ik overweeg of een auto-ongeluk het me waard is om even duidelijk te maken dat ik toch een lievere opmerking had verwacht, besef ik dat hij gelijk heeft. Zonder verhaal ben je tegenwoordig nergens meer. Kijk maar naar Masterchef USA. Deelnemers doen hun uiterste best om maar een zo zielig, indrukwekkend of interessant mogelijk verhaal te verzinnen. Dan komen ze tenminste in het programma.

Dit werd deze week alleen maar bevestigd toen een blinde deelnemer door de voorrondes wist te komen. Een blinde. In een kookshow. Echt? Zeker nu ik bijna klaar ben om me in de oorlog van de banenmarkt te storten begin ik steeds meer te denken dat ik een verhaal nodig heb. Je moet je toch ergens mee onderscheiden om op te vallen, competenties betekenen niks meer wanneer je niet opvalt tussen de honderd andere sollicitanten. Ik kan echter niet zo goed kiezen. Zal ik gaan voor een tragisch auto-ongeluk, of is dat niet speciaal genoeg?

Nieuwe column voor Univers – lees hem op http://universonline.nl/2014/02/20/toezicht-op-tiu/

Advertisements