The boy who cried wolf
The boy who cried wolf

Ik heb een nieuwe held. Een buschauffeur nog wel. Zo zie je maar weer dat helden op aparte plekken verstopt kunnen zitten. Maar een held, dat issie wel. Nou kende ik meneer de buschauffeur al wel langer. Het is een beetje een bus-bekende, kun je wel zeggen. Zo’n bestuurder die veel en veel te vrolijk ‘Hallo, welkom!’ zegt tegen iedereen die zijn bus in durft te stappen. Te vrolijk voor iemand met zo’n baantje. Maar wel superaardig. Nou is zijn begroetingsdrang echter niet de reden dat hij vandaag is gebombardeerd tot mijn nieuwe held. Neenee. Dat heeft hij op een andere manier verdiend.

Stel je voor:
Arme ik, na een dag vol hard werken op het callcenter, stap in de bus. Mijn arme oortjes, nog natuitend van de zeurende klanten van de helse dag, worden al direct bij binnenkomst getrakteerd op mijn favoriete geluid (not!). Het getoeter van een stel kansloze hangjongeren die, zoals traditioneel, de achterste banken van de bus hebben bezet.

“WOLLAH nuhnuhnuh KANKERnuhMEGOOL WOLLAH nuhuuhuh” schalt het door de bus. Compleet onbegrijpbaar, op enkele onschuldige Nederlandse woordjes die een plekje tussen de stopwoorden weten te veroveren. “AAAH ZIIIE SWAA! MEISJE nhuhuh WOLLAH!” gaat het verder, totdat ik veilig in een stoel weet neer te ploffen en uit hun gezichtsveld (en daarmee meteen ook aandachtspanne – gelukkig) verdwijn. Helaas betekent dat geen gelukzalige stilte. In plaats daarvan vertrekt de bus op een oneindige stroom van Wollahs, kankers en megolen (want het woord mongool is ook wel erg moeilijk uit te spreken). En dan begint het. Na elke halte springt spontaan het rode woordje ‘STOP’ weer aan. Drie haltes verder, zonder dat er iemand is uitgestapt (maar de bus wel elke keer moest stoppen) raapt lieve busmeneer zijn moed bij elkaar.

“Zouden de heren achterin alstublieft de stopknopjes met rust willen laten als zij niet uit hoeven te stappen?” verzoekt hij vriendelijk, om beloond te worden met een waar schreeuw,joel en scheldconcert van de achterste banken. Ik voel plaatsvervangende schaamte, als passagier die wel weet hoe een normaal mens zich moet gedragen. Het komt misschien als een verrassing, maar ook de volgende drie haltes hoeft er niemand uit te stappen, ondanks het felrode STOP lampje. Ze vinden zichzelf zo hilarisch, achterin. Moet toch fijn zijn om zo te kunnen genieten van je eigen kansloosheid.  Zo gaat het nog een flink aantal haltes verder, totdat we aankomen bij de halte waar de heren uit moeten stappen. Tenminste, de halte waar ze echt uit hadden willen stappen.

Ook nu weer knipt het STOP lampje aan, maar plotseling wordt het gejoel en gelach een paniekerig gefluister. “WOLLAH zie die politie jonguh. Ja, gewoon blijven zitten wollah, volgende halte uitstappen je weet.” gaat het een stuk stiller al. Twee politiewagens staan namelijk bij de halte, knipperende lichtjes en al. Ook dit keer stopt de buschauffeur, maar uitstappen durven ze niet hoor, de dappere mannekes. Gelukkig zijn de drie agenten die inmiddels ingestapt zijn behulpzaam genoeg om ze te wijzen hoe ze de bus kunnen verlaten. En terwijl ik met moeite mijn schaterlach inhoud, en met ogen vol pret kijk hoe het gezelschap in de politie-auto’s word geladen besef ik het. Deze chauffeur…is mijn held. Wollah.

Advertisements