Een tot de nok toe gevulde zaal en een spetterende beschrijving van het stuk van Wim Vandekeybus zorgden ervoor dat ik vol verwachting zat te wachten op de start van ‘What the body does not remember’. Twee uur later strompelde ik naar buiten, hoofdschuddend, niet wetend wat te doen met de dingen die ik in die twee uur had gezien.

‘What the body does not remember’ maakte voor mij weinig waar van de lovende woorden in de omschrijving. “Ruig, woest,speels, ironisch en verbluffend” was voor mij veel korter samen te vatten als “pijnlijk aan de oren en verwarrend”. Het is misschien ouderwets om in een dansvoorstelling dans te verwachten. En misschien is het gewoon mijn niet-bestaande kennis over dansstijlen die het moeilijk maakt het stuk te bevatten. Toch had ik gedacht zelfs zonder danskennis wel te kunnen genieten van “ronduit spectaculaire scènes waarbij bakstenen over de hoofden van de dansers worden gegooid”. Alleen zijn de lichte kalkstenen die in sommige gevallen na een rondje in de lucht zelfs verkruimelen niet bepaald het spektakel dat ik had verwacht.

Het stuk schakelt tussen momenten van complete verwarring,waarbij je je als toeschouwer constant afvraagt waarnaar je aan het kijken bent, en momenten van herkenning. Blijkbaar heeft mijn body een heleboel dat het niet remembert. Vaak worden scènes ook net te lang gerekt, dansers herhalen tot in het eindeloze een bepaalde routine of patroon terwijl het nieuwtje er al wel weer vanaf is. Zo gaat het stuk van start met twee mannen, gecontroleerd door een meisje dat hun bewegingen lijkt te sturen door het patroon dat ze trommelt op een tafel. Erg handig, mannen zo kunnen laten doen wat je wilt als je het mij vraagt, maar om dat nou vijf minuten te blijven doen…da’s een beetje zielig voor de spartelende kerels.

Vervolgens volg je de dansers van een ingewikkeld spelletje voetje-van-de-vloer tot een geharrewar met kledingstukken (waarbij je soms meer ziet van de dansers dan verwacht) en enkele andere scènes waarvan de rode draad mij toch werkelijk ontgaat. Wel mooi is de fotosessie waarbij dansers, soms zijdelings op een omgevallen stoel liggend, familiefoto’s maken. Grappig en zelfs ontroerend. Ook het veertje blazen valt goed bij het publiek, volwassen dansers die om het hardst een veertje in de lucht proberen te houden ontlokken gegiechel aan het publiek.

Het geheel wordt helaas begeleid door muziek die ik geen muziek zou willen noemen. Zwaar, drukkend en soms ronduit pijnlijk aan de oren. Zo is er een schrille mondharmonica die een hectische scene nog moeilijker te volgen maakt. Ademhalen durf je amper uit angst de muziek te onderbreken of iets te missen. Er is namelijk soms gewoon teveel te zien op het podium. De dansers lijken ieder hun eigen ding te doen, en dat zijn vaak teveel dingen om alles mee te kunnen krijgen. Het is teveel om in een keer te behappen en hapklare brokken zijn vaak toch net iets makkelijker.

Wel moet gezegd worden dat de dansers alles gaven. Uit alles wat er op het podium gebeurde straalde hun overtuiging en enthousiasme. Dansers gooiden zich vol overgave op de anderen, en op bepaalde momenten grepen en graaiden ze zo ongegeneerd naar hun danspartners dat ik met rode wangetjes toe zat te kijken. ‘What the body does not remember’ is niet voor beginners, zoveel moge duidelijk zijn. Of misschien is een boekje met uitleg gewoon een vereiste. Beter nog, misschien toch maar een dansopleiding gaan volgen om te kunnen begrijpen wat ik allemaal in deze voorstelling heb gezien.

Advertisements