Search

Zowiezoe

1+1 = Zowiezoe

Mag ik even aanschuiven?

High School gevoel

Met wie zat jij vroeger op school aan de tafel?
Het is een vraag die je aan praktisch iedereen kunt stellen, waarna je bijna altijd een antwoord krijgt dat valt binnen een bepaalde ‘categorie’ uit de Amerikaanse High School films. De sporters, de nerds, de popi-jopis. We zijn er als nuchtere Nederlanders misschien wat minder extreem in (op mijn school in ieder geval) maar volgen stiekem wel datzelfde patroon.

ec562dd6aa4eb0df71b413eafee14386
image from: http://www.collegehumor.com

Wanneer je mij de vraag stelt, zou ik technisch gezien altijd eerst antwoorden…”Gewoon…bij mijn vrienden!”. Want dat was nou eenmaal zo. Dat het toevallig nou ook het groepje was dat als de ‘studiebollen’ beschouwd werd…laat ik altijd lekker buiten beschouwing. Ik ken echter weinig (lees: geen) mensen die op deze vraag zouden antwoorden dat ze elke dag met iemand anders lunchten. Natuurlijk niet – dat zou buiten de patronen vallen toch?

Inmiddels werk ik twee jaar bij mijn grote-mensen-baan. Gedetacheerd bij een bedrijf – waarbij ik braaf elke dag met mensen uit mijn team lunch (want tsja, we blijven een gewoontedier he). Dat is altijd supergezellig, veilig en ontzettend handig. Soms zijn er echter dagen dat ik na die gezellige teamlunch, ’s avonds naar ‘het hoofdkantoor’ ga voor een training. Aangezien die trainingen altijd beginnen om zes uur – is eten daarbij inbegrepen. En aangezien die trainingen meestal niet zijn met mensen uit mijn werk-team, kom ik meestal alleen daar op kantoor binnen.

Verbazing alom

Don’t get me wrong. Dat vind ik absoluut niet erg, of vervelend. Ik ben namelijk ontzettend graag alleen. En na twee jaar hotelhoppen, ben ik ook echter over de angst van alleen eten (of naar de bios gaan, of wat dan ook) heen. Toch vind ik deze maaltijden altijd ontzettend wonderlijk – want alleen zijn, is ondanks dat eenzame aankomen geen optie.

Ik had het er toevallig met een collega over maandag, toen we dus bij een cursus zaten (op een ander kantoor) ((ja, ik cursus me wat af!)). Hij was verbaasd dat een aantal mensen die duidelijk voor dezelfde cursus kwamen – er is daar ’s avonds niks anders te beleven – ergens alleen in de eetzaal gingen zitten. Wij zaten met zijn tweeën aan een grote tafel namelijk, verwachtend dat de rest zou aansluiten. Gebeurde niet.
“Ik zou niet snel bij iemand gaan zitten die alleen zit.” legde hij me uit “want daarvan denk ik altijd ‘die is vast met reden alleen gaan zitten’. Maar bij twee mensen zou ik altijd gewoon vragen of ik mag aansluiten als ik alleen ben.” Toen was ik dus al verbaasd – omdat zoiets in mij dus niet eens zou opkomen. Aansluiten? Bij onbekenden (of semi-bekenden)? Dat netwerk-gen ontbreekt bij mij dan ergens, gok ik zomaar.

Stiekem dacht ik toen “dat doet toch niemand” waarna in de daaropvolgende vijf minuten drie andere mensen aan onze tafel aanschoven. Allemaal volledige onbekenden (die respectievelijk een paar stoelen afstand hielden, maar wel contact zochten). Verbazing alom. Pas toen ik gisteren aankwam op ‘ons’ hoofdkantoor, bedacht ik me hoe onterecht mijn verbazing eigenlijk was.

Want één ding waar ik steevast niet meer vanuit ga – is dat ik alleen eet wanneer ik op kantoor ben. Vaak heb ik pas net plaatsgenomen (altijd alleen) wanneer er al mensen komen aansluiten daar.

Mag ik bij jou aanschuiven?”

Zo ook gisteren. “mag ik bij jou aanschuiven?” deed me opschrikken van mijn telefoon, waarna ik opkeek naar een jongedame die ik via via via wel al enigszins kende. Natuurlijk mocht dat – waarna er een minuut later een van mijn medecursisten hetzelfde deed. En daarna de PMO-er die bij mijn project een heleboel regelt omtrent urenbonnen etcetera (die ook weer de jongedame naast me goed kende). Het leidde al snel tot een volle tafel.

Mensen met wie ik toevallig die cursus heb – die ik heb ontmoet op een game-avond – die ik ken van het een of ander. Het zou arrogant zijn om te denken dat ik die aantrek (maar dat doe ik lekker toch, want zo werkt mijn hoofd), aangezien ik altijd eindig aan een volle tafel met een volledig divers pakket aan mensen met wie ik wel altijd enige vorm van binding heb. En ik eindig ook altijd weer met de verbazing dat ik dat ondanks de kennis over hoe makkelijk het dus is – toch altijd zelf eerst alleen ga zitten. Dat is absoluut prijzenswaardig voor mijn werkgever – want die binding wordt daar ook actief gecreëerd. Connecting met collega’s, dat samengevoel opbouwen – het zijn speerpunten die duidelijk bereikt worden.

Maar wat is dan het patroon?!

Nu is de puzzel mij echter te moeilijk geworden. Daar waar ik op het werk nog steeds verval in de kliekjes-mentaliteit, zie je me en public vaak genoeg alleen zitten als ik niemand om me heen heb. In een eetzaal van onbekenden, vind ik binding met nieuwe mensen en op ‘kantoor’ verander ik in de koningin van de volle tafel. Maar wat is nou de beste manier, en waarvoor is die beste manier dan het beste? Wat is nou het meest ‘mij’? Hoe werkt dit aanschuifprincipe nou eigenlijk echt?
Ik ga denk ik maar eens op zoek naar een cursus die daar het antwoord op heeft!

Advertisements

Honkbal held en Softbal sores

Ik ben een van die mensen die altijd zegt “ik win nooit wat”. Terwijl dat inmiddels achterhaald en eigenlijk faliekant een leugen is. Neem het afgelopen jaar nou bijvoorbeeld – daarin waren de winsten en vooral ook overwinningen eerder de standaard dan een uitzondering. Sinds ik ben begonnen met softbal win ik namelijk niet alleen mijn eigen softbalwedstrijden op het veld, maar ook van alles rondom ‘mijn’ sport.

_mg_9042

Continue reading “Honkbal held en Softbal sores”

Technologisch beperkt

Het is best wel knap hoe dom ik af en toe kan zijn voor iemand die zichzelf stiekem best slim vindt. Ik kan de colleges, cursussen en gesprekken niet meer op twee handen tellen die ik heb gehad over referentiekaders, niveau aanpassen aan de gesprekspartner en nadenken over de kennis van degene tegenover je. Ik ben doodgeslagen met clichés als “assumptions are the mother of all fuckups”. En toch. Toch lukt het me nog steeds, op best regelmatige basis, om verbaasd te zijn als ik weer eens beland in een web van miscommunicatie. Omdat ik iets voor logisch aannam. Of omdat ik dacht dat iets wel duidelijk was. Of belangrijker – omdat ik dacht dat degene tegenover me snapte hoe mijn hoofd werkt.

Continue reading “Technologisch beperkt”

Recruiters – Doe eens ff niet!

Ik weet nog hoe het was, die gruwelijke periode tussen mijn afstuderen aan de universiteit en het bemachtigen van mijn eerste echte grote-mensen-baan. Toen kon ik niet meer tellen hoeveel CV’s ik had verstuurd. Had ik geen idee meer van het aantal mailtjes dat ik had uitstaan bij verschillende bedrijven en was ik dankbaar voor elk sollicitatie-gesprek waar ik me kon gaan melden. En nu, twee jaar en een best wel fikse opleiding tot software tester verder – ben ik degene die gestalkt word.

1772ff9 Continue reading “Recruiters – Doe eens ff niet!”

De verzopen prinses

Je hebt van die mensen die voor hun werk vaak in hotels verblijven. Dat klinkt helaas veel spannender dan dat het is, omdat deze arme zielen dat zelden in coole hotels op exotische plaatsen mogen doen. Zo ook ik – die twee dagen in de week verblijft in zeer onspannende hotels op ‘normale’ locaties. Puur om de reistijd van 2 uur plus menselijk te houden – niet om de wereld te redden of iets anders leuks.

Continue reading “De verzopen prinses”

File-sofie – Verfrissend

De werkende mens kent het wel. File-rijden. De perfecte plaats om je zonden te overdenken en het leven te overpeinzen. Zo kom je nog eens tot nieuwe inzichten, of vreemde observeringen.

Wanneer ik het heb over files, maak ik altijd onderscheid tussen degenen waarbij je stapvoets nog een beetje door kunt akkeren, en degenen waarbij je minuten aan een stuk een beetje naar de remlichten van de auto voor je zit te staren. Helaas maak ik beiden op weg naar mijn werk vaak dagelijks mee. En voor beiden heb ik ander type gedrag dat ik vertoon.

In de stapvoetse file blér ik luidruchtig (en oer en oer vals) mee met (het liefst het foute uur) muziek. Dan trommel ik op mijn stuur en begluur ik de buren in de aangrenzende auto. Alles om de verveling een beetje te doden terwijl ik toch mijn ogen op de weg houd. De stilstaande file daarentegen….dat is HET moment voor mij om mijn make-up te doen. Kei-handig, zo op weg naar mijn werk. Dat scheelt me toch weer tien minuten langer in bed liggen (omhoog afgerond) en helpt de verveling tijdens stilstand prima doden. Ik bedoel – dan hoef ik verder toch niks nuttigs met mijn leven te doen.

Tot gisteren.
Gisteren stond ik al een kwartier in een rode remlichtenparade. Doodstil. Zonder vooruitzichten op beginnende beweging. Mijn foundation had ik er al in dikke lagen opgekalkt – en ik was begonnen aan het kunstje om in de spiegel van mijn zonneklep mijn mascara op te schilderen. Ben ik toevallig heel goed in. Die mascarakwast penetreerde echter seconden later bijna mijn oogkas toen er opeens op mijn raampje werd geklopt.

Imagine my surprise toen daar een motoragent stond. Die me vriendelijk verzocht mijn raampje te openen. En me daarna nog vriendelijker te woord stond.
“Jongedame. Het is werkelijk waar verfrissend om iemand te zien die niet op zijn telefoon zit te spelen” (Blijkbaar had hij de drie auto’s achter me al onopgemerkt (door mij) bekeurd.) “Maar toch zou ik je vriendelijk willen verzoeken om de ogen op de weg te houden.” 

Een braaf knikken en haastig opbergen van de mascara (voor even) later stond meneer drie auto’s verderop de volgende bekeuring uit te delen en ik me af te vragen hoe ik met mijn halve make-up op mn werk ging binnenlopen. Toen de kust veilig was (en ik nog geen meter was opgeschoten) heb ik toch maar sneaky mijn make-up afgemaakt (wat een rebel he!).

Zo maak je nog eens wat mee op weg naar het werk. Ik ben verfrissend.

Fitnesstracking – Hype of hobby?

Het moge duidelijk zijn. Ik ben geen sportief typje. Dat heb ik in ieder geval altijd beweerd, en de protesten van mijn lichaam wanneer ik iedere dag de trappen naar de vijfde verdieping op mijn werk beklim, lijken dit statement te ondersteunen. Toch sport ik, al is dat vaak met vrij frisse tegenzin op het gebied van daadwerkelijk in beweging komen (als ik er eenmaal ben, is het weer leuk!). En toch hoop ik ooit nog een beetje in shape te komen (whatever that may be). Dus toen Facebook me weer eens stalkte met een advertentie voor een fitnesstracker/smartwacht combo die ik volgens hen ongetwijfeld nodig had (thanks Erik voor het googlen van die rotzooi op mijn laptop) ging ik overstag.

Continue reading “Fitnesstracking – Hype of hobby?”

Op en top burgerlijk – The Voice

Weet je nog die tijd dat je niet kon wachten tot de laatste schoolbel ging en het eindelijk weekend was? Of de klok eindelijk vijf uur aantikte op die laatste werkdag van de week zodat de vrijdagmiddagborrel kon gaan beginnen? Die tijd waarin je agenda vol stond met de feestjes, uitjes, borrels en andere spannende plannen die ervoor zorgden dat je met een brak hoofd weer aan de maandag moest beginnen? Ik niet.

Een party animal ben ik nooit geweest, en een weekend vol plannen was voor mij eerder een afknapper dan een vooruitzicht. Als kampioen bankhangen met een controller voor de Xbox, en als verslaafde aan slechte romcoms en Disney films was het weekend voor mij altijd al een excuus om juist zo weinig mogelijk te doen. Met af en toe uitschieters natuurlijk, want wie houdt er nou niet van Disney films kijken met vrienden en shotjes wodka. Of een avondje stappen na een paar potjes Mario Kart kan natuurlijk ook prima.

Continue reading “Op en top burgerlijk – The Voice”

Onvoldoende! – Grapje, toch niet

Ik hoor mensen nog wel eens praten over die tijd dat ze nog op school zaten. En dan komt er onvermijdelijk dat stukje in het gesprek waarop ze het gaan hebben over die verschrikkelijke mede-student die nooit leerde. Die na elke toets klagend ‘dat ze het niet gehaald had en absoluut een dikke onvoldoende had’ het lokaal verliet. En die elke keer weer dan toch weer een voldoende (of zelfs een negen) haalde. Dan moet ik altijd lachen. Ik was namelijk die persoon.

imagesm1hizv3h

 

En daar waar ik zeg ‘was’, bedoel ik eigenlijk ‘ben, ben altijd geweest en zal altijd blijven’. Ik zou graag willen zeggen dat ik daar enige vorm van spijt van heb, of dat ik van plan ben mijn leven in de toekomst te beteren, maar afgelopen week werd ik er weer eens aan herinnerd hoe hopeloos die belofte zou zijn. Continue reading “Onvoldoende! – Grapje, toch niet”

Blog at WordPress.com.

Up ↑